Tweety

Had ik eigenlijk al een column aan Twitter gewijd? Ik begin er steeds meer plezier in te krijgen! Afgezien van de RSI-achtige verschijnselen in mijn schouder en duimen, denk ik dat het goed is voor m’n gezondheid.
Hoewel ook het lange wakker liggen niet zo handig is, heb ik in tijden niet zo smakelijk gelachen. Er zijn veel grappige mensen op Twitter.
Er zijn ook veel mensen met gevoel voor humor. Het gebeurt regelmatig dat ik heel hard moet lachen en gezien de buren die ik heb, vind ik het niet zo erg als ze denken dat ik gek ben.
Twitter is een goede manier om een sociaal netwerk op te bouwen, maar waar ik zo blij van word, zijn alle mogelijkheden met betrekking tot taal. Sommige mensen plaatsen schitterende berichten, met taalgrapjes, onverwachte wendingen, poëzie. Het kan allemaal binnen die 140 tekens.
Natuurlijk zijn er mensen die hun woorden afkorten en cijfers gebruiken, zoals in smsjes, maar zelf vind ik dat lelijk en probeer ik het te vermijden.
Het is een ware kunst om te bedenken wat je wilt zeggen en dat op te schrijven in een helder, summier berichtje.
Het is een kunst en een spel, en tijdens het herschrijven tot het past, kom je vaak tot mooiere bewoordingen, andere, spannende zinswendingen en eventuele verborgen betekenissen.
Wat ik door het bewerken van nieuwsberichten leer over schrappen en herschrijven, leer ik nu ook op Twitter. Daar had ik niet eens bij stilgestaan, maar het leert me beter te schrijven. Het dwingt me helder te zijn – kort en krachtig. Ter illustratie heb ik wat commentaren geschreven over zomaar wat gebeurtenissen van de laatste tijd in 140 tekens of korter.

Het WK. Dat doet me meestal niet zo veel, behalve als ik gewurgd word door laaghangende vlaggetjes.
 
Donderdagavond zag ik de voetbalwedstrijd tegen Kameroen met commentaar van Gerard & Michiel op 3FM. Veel gelachen! Score niet meegekregen.
 
Joran; naast het voetbal ons grootste exportproduct van de laatste tijd. De aandacht begínt iets te verslappen maar na het WK komt dat goed.

Het is een jaar geleden dat Michael Jackson stierf. Na zijn dood werd hij weer volop de hemel in geprezen.
 
Tijdens de Memorial Service had ik tranen in mijn ogen. Ook van ontroering, maar voornamelijk omdat ik toen een tatoeage kreeg op mijn voet.

Twitter is mijn sport geworden, het heeft mijn creativiteit wakker gemaakt, mijn plezier in flauwe grapjes en een behoefte aan contact.
Er is voor ieder wat wils. Je kunt gelijkgezinden volgen, of je kunt mensen volgen wiens denkbeelden zwaar met de jouwe botsen, en die dan gaan pesten. Er zijn mensen die goede raad geven, wijze raad, onraad.
Het is een wereldje op zichzelf, een wijk waarin je zelf je buren uit kunt kiezen. Ideale plek om te wonen, en er is altijd wel iemand die met je wil barbecueën.

Luisterversie

26 juni 2010
By on 12:59
Kiezen

Het is vrijdagavond, twee dagen na de verkiezingen. Terwijl ik dit schrijf, kijk ik met één oog naar “Captain Corelli’s Mandolin”. Mooie film, gebaseerd op het hartverscheurende boek van Louis de Bernières; hoog op mijn lijst van favoriete boeken, vol schoonheid, humor en vechtlust. De film spreekt mij extra aan vanwege de tijd die ik in Griekenland heb doorgebracht, op het eiland Kreta.
Het verhaal speelt zich af op Kefalonia, ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. De strijdbaarheid en koppigheid van de Grieken komt mooi naar voren, en is om te lachen en te bewonderen tegelijkertijd. De woeste schoonheid van de natuur op het eiland spiegelt de natuur van de mensen die erop leven.
Griekenland en Kreta in het bijzonder zullen altijd een beetje mijn tweede thuis blijven. En ik moet zeggen dat ik donderdagochtend om half vier, toen de definitieve uitslag van de verkiezingen duidelijk werd, m’n koffer zou hebben gepakt als ik er de financiën voor had gehad. Avtío, Ollavtía.
Dag Nederland, waar ik dus wél trots op was. Trots op Nederland; ik besefte het pas toen bleek dat er weinig meer over was om trots op te zijn.
Ah, de soldaten op Kefalonia worden toegesproken: “Ik zie mannen, in vrijheid geboren. Maar die vrijheid is in gevaar.”
Er gaat zoveel door me heen. Ik ben geschokt, verdrietig en teleurgesteld. Ook is er sprake van een haast Kretenzische koppigheid: in zo’n land wil ik niet leven!
Ik wil niet leven in een land waar mensen worden nagewezen: “Jij wordt eruit gezet binnenkort,” waar ze hun etniciteit moeten laten registreren, waar stadscommando’s door de straten marcheren. Wat moeten die arme oudjes wel niet denken? ‘Daar gaan we weer!’
Wij mensen leren blijkbaar niet, als het betekent dat we gevraagd worden wat langer en dieper na te denken. Zelf heb ik steeds meer respect gekregen voor die ezel, je weet wel, die ezel die zich niet twee keer aan dezelfde steen stoot. Allemachtig, ik kan al niet meer bijhouden hoe vaak ik m’n hoofd stoot. Die ezel weet iets dat ik niet weet.
Wanneer het erom gaat dat mensen niet leren, lijkt de oorzaak altijd dezelfde te zijn: korte termijn denken. De kortste weg kiezen en jezelf voorhouden dat het wel de beste oplossing móet zijn omdat hij zo simpel is. Was het maar zo.
Het is inderdaad vermoeiend en soms ronduit vervelend, om steeds na te denken over de gevolgen van je acties. Het is inderdaad gemakkelijker om gewoon te zeggen: “De gevolgen kunnen me niets schelen, als het voor mij maar goed uitpakt.”
De gevolgen voor mensen in je omgeving, je land, de wereld, tja, die zijn minder zichtbaar; als je er bewust je ogen voor sluit, hoef je er niet mee geconfronteerd te worden.
Het hangt er vanaf wie je wilt zijn, wat voor mens je wilt zijn.
Ik kan daarin natuurlijk alleen voor mezelf spreken: ik wil graag het juiste leren doen, in iedere situatie. Dat kost veel moeite en oefening, maar ik vind het belangrijk omdat ik zo vaak heb ervaren hoe het is om onjuist te worden behandeld, als derderangsburger, als waardeloos aanhangsel van een maatschappij die steeds meer draait om geld.
Ik hoop een andere waarde toe te voegen – door de mens te worden die ik voor ogen heb, en zo per kleine juiste handeling een goede invloed te hebben op de wereld om me heen.
Net zolang tot ik weer trots kan zijn op Nederland.

Voorleesversie

12 juni 2010
By on 12:14
Donkere Passagier

Dexter Morgan, forensisch bloedexpert bij de recherche van Miami, broer, wees, familieman. Houdt van boottochtjes, lekker eten en moordlustige uitstapjes bij het licht van de maan.
Hij is de vriendelijk ogende seriemoordenaar, die zo goed kan doen alsof hij een heus mens is, dat bijna niemand hem ergens van verdenkt. Hij voelt niet wat andere mensen voelen en heeft er een ware studie van gemaakt om zich de reacties en gezichtsuitdrukkingen eigen te maken, die in bepaalde situaties worden verwacht van de gemiddelde mens.
De eerste keer dat ik de serie zag was dat bijna een openbaring voor me!
Dexter verzucht dat hij zo lang heeft gedaan wat anderen verwachtten, wat anderen zeiden dat hij moest doen, dat hij op een gegeven moment geen idee had wie hij zelf nou eigenlijk was. Wat een feest der herkenning. Ik kan me nog goed het moment herinneren dat iemand me ooit vroeg, echt vroeg, wat ik nou eigenlijk wilde, en ik geen flauw idee had wie ik was of wat ik wilde, omdat dat nooit aan de orde was geweest. Daarom kon ik alleen maar juichend vanaf de bank fictieve Dexter aanmoedigen om zichzelf te worden, ongeacht de consequenties.
Er zijn genoeg Tv-series met helden in de hoofdrol, series waarin de nadruk wordt gelegd op de goede, nobele eigenschappen van de hoofdpersoon. Ook als deze iemand vermoord, blijft hij of zij duidelijk een mens.
Dat maakt deze serie zo interessant; Dexter ziet eruit als een mens en gedraagt zich als een mens, maar vanbinnen is hij leeg, afgezien van zijn Dark Passenger, zijn duistere passagier, de kwaadaardige lifter die hij met zich meedraagt in plaats van een ziel.
De boeken waar de serie op is gebaseerd, zijn ook grappig en morbide. Ik vraag me af wat andere mensen zo aantrekt in de serie; ik kan me haast niet voorstellen dat iedere fan zichzelf herkent in de leegte van Dexter, en in zijn moorddadige neigingen. Ik herken mezelf daar namelijk wel in, zoals ik meer dan twintig jaar geleden was, toen ik in plaats van een persoonlijkheid een gapende afgrond in me had, waar tornado’s van angst doorheen raasden.
Ik fantaseerde over martelingen en moord, en andere mensen waren voor mij bedreigende, eendimensionale stukken karton die ik het liefste zou wurgen of de kop inslaan. Dat Dexter door een immens jeugdtrauma feestelijk aan het moorden slaat, vind ik dan ook aannemelijk.
En het is weer eens een heel ander perspectief dan er gewoonlijk wordt gebruikt, in de doorsnee succesvolle Amerikaanse serie. De donkere kant van de mens heeft de hoofdrol, in plaats van een bijrol.
Misschien maakt Dexter het ons een beetje gemakkelijker om onze duistere kanten te erkennen en tegen het licht te houden. Niet dat we aan het moorden moeten slaan, maar het kan geen kwaad om de duistere hoekjes van onze geest te onderzoeken. Daar kan zich veel schuilhouden, en dat je er niet naar kijkt of over nadenkt, wil nog niet zeggen dat het er niet zit. Wachtend, observerend, glimlachend.
Er zijn situaties die onmiddellijk het ware gezicht van een mens naar boven dwingen, en als je niet van verrassingen houdt, kun je misschien beter een kijkje nemen op de donkere achterbank van je geest, gewoon, om te weten wie er met je meerijdt…

Voorleesversie

22 mei 2010
By on 10:14
Het witte, stille weer

Het is alweer een week de maand mei maar ik denk soms dat we nog in april zitten vanwege het weer. Het witte, stille weer. Het is weer dat ik fijn vind en waar ik vanbinnen ook stil van word. Ik zit graag voor het raam naar buiten te kijken, met een kopje koffie naast me in de vensterbank.
Je zou de geraniums er zo bij kunnen denken, besef ik me nu, maar het is anders, vraag me niet waarom.
Goed dan, als een bejaarde zit ik vanachter glas naar de wereld te kijken, maar dan de kleine wereld van mijn tuin, die mooi en rustgevend is als het regent. Wanneer de hemel dichttrekt en er flarden grijs voorbij drijven, voel ik al een belofte van rust. Regen brengt een soort innerlijk evenwicht, wat misschien samenhangt met mijn waterminnende sterrenbeeld Vissen.
De vredigste momenten zijn wanneer ik met dat kopje koffie in m’n hand naar buiten zit te kijken tijdens een vriendelijk regenbuitje. De frisgroene blaadjes van het nieuwe, jonge berkenboompje waar de regendruppels langzaam vanaf glijden. De druppels tussen de sappige sprieten van het ongemaaide gras. Koolmeesjes in de grote struik bij de schutting.
Als ik het allemaal even niet meer weet en ik ga voor het raam zitten met een boek, muziek en veelbelovende regenwolken, word ik stil vanbinnen. Geen malende gedachten meer, geen angst en geen stress; m’n zenuwen bedaren en ik ben hier. Helemaal hier. Nu ik dat zo opschrijf besef ik pas hoe nieuw dat is. Ik was zo bezig met de spirituele constipatie die me de laatste weken in zijn greep houdt, dat ik de vooruitgang niet meer zag, die zich toch vaak uit in de kleine dingen.
Hoewel ik vroeger een moment van rust geen kleinigheid zou hebben genoemd, zeker niet in een situatie van chaos en bedreiging, zoals met de buren. Als ik in zo’n situatie rust kan ervaren, en zelfs tevredenheid, dan heb ik een basis, dan draag ik de rust met me mee.
Ik zie ineens een beeld voor me van iemand met een plexiglas raamwerkje om zich heen, op de fiets, met een potje geraniums in de plexiglazen vensterbank.
Wanneer de zon schijnt is het anders, dan voel ik me rot omdat ik eigenlijk naar buiten moet, omdat het mooi weer is en de zon schijnt en dan kan ik toch niet binnen blijven? Net als die keren dat ik zo laat naar bed ging dat het alweer vroeg was, en de vogeltjes begonnen te fluiten. Wat had ik daar een hekel aan! Naar bed gaan als de vogels fluiten, dat voelt zo onnatuurlijk.
De wereld is ook drukker in de zon. Mensen zijn luider en meer aanwezig.
Het is alsof mensen en natuur introspectiever worden op het moment dat de hemel betrekt, zoals alles en iedereen zijn adem lijkt in te houden voordat er een onweer losbarst. Ik weet de laatste tijd niet zo goed wat ik met dat mooie weer aan moet. Ik hoop steeds op regen, zodat ik me wat beter ga voelen.
Misschien moet ik maar naar IJsland verhuizen, lekker introspectief bezig gaan op de helling van die vulkaan. Misschien dat er dan een einde komt aan die spirituele constipatie van de laatste weken. Ik zit vol frustratie en alles hoopt zich maar op en wil er niet uit en als de lading te groot wordt gaat het knallen. Ik zit dus op een flink onweer te wachten.
Laat het maar losbarsten, dan hoef ik m’n adem niet meer in te houden. Misschien dat ik daarna dan ook van zónnig weer kan genieten.

Voorleesversie

8 mei 2010
By on 21:28
Dokter in da House

Wie heeft er donderdagavond House gekeken? De fantastische serie over het bloedchagrijnige genie dokter Gregory House? Er waren twee verhaallijnen. Eentje ging over ertoe in staat zijn iemand te vermoorden als dat een zogenaamd hoger doel dient. Dat vond ik niet zo interessant.
De andere verhaallijn ging over House, die bij zijn beste vriend, en enige vriend, Wilson in huis woont en het natuuuurlijk aan de stok krijgt met de benedenbuurman, die klaagt om niets en al net zo chagrijnig is als House. Daarnaast is deze agressieve man Vietnamveteraan en mist hij een hand. Gelukkig heeft deze serie geen last van politiek correct zijn tot op het saaie af; de Vietnamveteraan is een ontzettende zeikerd en een zak van een vent.
Hij bedreigt House en zegt tegen Wilson dat hij House eruit moet zetten omdat hij anders naar de rechter stapt.
Dan wordt de sfeer snel slechter, want House schrijft op aandringen van zijn goede vriend netjes een excuusbrief. De brief is vervolgens een excuus om stiekem in het huis van de benedenbuurman te gluren, want de deur stond toch open. De situatie escaleert en vervolgens komt de Vietnamveteraan in beeld; vastgebonden aan een stoel, zijn mond afgeplakt met tape.
Okay… dat gaat niet de goede kant op, denk je dan, maar met House weet je het nooit!
Onze dokter dwingt de man zijn goede arm en zijn stompje door twee naast elkaar gelegen gaten in een kartonnen doos te steken. In het midden van de doos is een spiegel geplaatst, waardoor het lijkt alsof de Vietnamveteraan weer twee gezonde armen heeft. House laat de man een tijdje zijn vuisten ballen, en dan loslaten, ontspannen.
Je zíet de ogen van de man groot worden, en als je de oefening met de spiegel kent, weet je dat op dat moment de fantoompijn is verdwenen, die de man meer dan drie decennia met zich meedroeg. De pijn die hem in een bloedchagrijnige kerel veranderde, net zoals House, die ook dag in, dag uit met erge pijn leeft.
Wat een moment, ik hield m’n adem in. Om verschillende redenen. Die man speelde het goed, vond ik, in z’n gezicht kon je de opluchting en verbazing, en grenzeloze dankbaarheid zien. Mooi. Mooi gedaan. Maar ook omdat ik merkte dat ik, naarmate het verhaal vorderde, gevoelsmatig was meegegaan in de traditionele manier om met zo’n situatie om te gaan: hard tegen hard, of inbinden en over je heen laten lopen. De aanpak van House kwam, in ieder geval voor mij, als een echte verrassing.
Maar goed, daarom is het personage Gregory House ook een genie; hij kijkt verder dan zijn neus lang is, en is gewend om als een dokter naar mensen te kijken – wat is er mis en hoe kan dat gefikst worden?
Misschien is dat het wel wat me zo in die serie aantrekt, behalve de blauwe ogen van de dokter; ik vind het ook leuk om op die manier naar mensen en situaties te kijken en ben daar bewust mee aan het oefenen. Toch zat ik in één onoplettend moment alweer in die oude aanval/verdediging mind-set. Jammer!
Maar, het was een goede reminder hoeveel het op kan leveren als er naar een oplossing wordt gezocht waarbij iedere partij erop vooruit gaat.
Dat zijn lange-termijn-oplossingen, dat is – wat mij betreft – een gezonde manier om met mensen en situaties om te gaan. En dat komt best goed, als we maar bereid zijn in die spiegel te blijven kijken. Verder dan onze neus lang is.

Fijn weekend allemaal! Geniet van de zon!

Voorleesversie

24 april 2010
By on 19:33
Ont-beren

Als ik zo eens terugkijk, schat ik dat ik het grootste deel van m’n leven depressief ben geweest. Waarbij het een prestatie was om überhaupt uit bed te komen. Als je depressief bent, is alles zwaar, zo zwaar. Alsof je je de hele dag door modder voortbeweegt. Traag en heel vermoeiend. “Doe gewoon dit” en “doe gewoon dat” zijn aansporingen van mensen die zelf nooit zoiets hebben doorgemaakt.
Niets is meer gewoon, kleine dingen worden uitzonderlijk.
Voor mij bijvoorbeeld is het uitzonderlijk dat ik nu al een week lang de afwas bijhoud. Iets wat voor de meeste mensen vanzelfsprekend is, en van weinig belang, maar voor mij een grote stap vooruit. Mijn huishouden wordt langzaam aan steeds iets beter georganiseerd. Waarbij het essentiële verschil met andere tijden is, dat het nu af en toe vanzelf gaat. Zoals bij ‘normale’ mensen, die niet anders kennen. Maar ik ken wel anders. Ik heb vergelijkingsmateriaal.
Ik ben ook meer gewend. Iets wat handig kan zijn, omdat de hemel niet meteen neerstort als er iets fout gaat – daar heb ik al zo veel ervaring mee.. Maar soms is het lastig, en maakt het dingen moeilijker dan ze hoeven zijn, omdat ik niet alleen alle beren op de weg zie, maar ook hun toekomstige nakomelingen en verre familieleden. Ik zie niet alleen gewone beren op de weg, maar ook wasberen, gummiberen, en beren die broodjes smeren, aan picknicktafels langs de weg.
Als je veel ervaring hebt met alles dat mis kan gaan, heb je die beelden automatisch in je achterhoofd, je kunt ze maar met moeite onderdrukken. Waar een ander een lege parkeerplaats ziet langs een grote weg, zie ik een ontmoetingsplaats voor mannen, een plek voor lifters, een ruststop voor mensen die een dutje willen doen in auto of vrachtwagen, een Luilekkerland aan urinemonsters in de struiken, eventuele vastgebonden en achtergelaten huisdieren, afval als sigaretten, wikkels van repen, doosjes van hamburgers, gebruikte condooms, noem maar op.
Ik zie de ruzies die mensen op die parkeerplaats hebben gehad omdat ze moe waren van de lange reis, en geïrriteerd. Ik zie de frustraties van mensen die elkaar op die parkeerplaats ontmoeten om eindelijk zichzelf te zijn omdat ze dat thuis niet kunnen. Ik zie vluggertjes, buitenechtelijke relaties en ontmoetingen met een slechte afloop.
En ondanks al die verschillende beren die ik in mijn hoofd heb, voel ik mij over het algemeen een optimist. Omdat ik weet wat er mis kan gaan in een leven. Omdat ik weet hoevéél er mis kan gaan in een leven, en hoeveel een mens aan kan. En omdat ik vind dat dat iets is om optimistisch over te zijn.
Mijn grootste wens was om een gewoon leven te kunnen hebben, zonder gevaar om iedere hoek, zonder geweld. Want ik stelde me altijd voor wat het níet zou zijn; geen voortdurende spanning en onzekerheid, geen angst en stress onmiddellijk na het opstaan, geen mensen met kwaad in de zin, wachtend op hun kans.
Wat het niet zou moeten zijn, wist ik altijd wel. Wat het wel zou kunnen zijn, zo’n ‘gewoon’ leven, daar kon ik me nauwelijks iets bij voorstellen.
Maar ik denk dat het zoiets is; dat de kleine dingen geen moeite kosten, dat als iets gedaan moet worden, dat je het dan gewoon doet, als vanzelf. Zonder jezelf moed in te hoeven spreken. Zonder je eerst door eindeloze vlaktes van zuigende modder te hoeven slepen. Gewoon, dat je de afwas doet zonder erbij na te denken. En áls je dan een beer op de weg ziet, dat je dan denkt: “Oh, leuk! Het circus is weer in de stad!”

Voorleesversie

10 april 2010
By on 10:46
Kwaliteit

Ik las ooit dat we dertig procent van ons leven in bed doorbrengen, misschien meer. Als je slapeloos bent, lig je heel wat langer in bed, hopend dat je nu dan toch eindelijk dat broodnodige uurtje slaap kunt pakken. En er zijn wel meer (leuke) dingen die je in bed kunt doen… Ontbijt in bed noem ik dan, als man-loos wezen.
Afgelopen winter heb ik erg veel tijd in bed doorgebracht, omdat het in de woonkamer gewoon niet warm genoeg wilde worden. Dan liever lekker weggekropen onder drie wollen dekens op mijn supergoede matras.
Als je dertig procent van je leven in bed doorbrengt, kun je maar beter zorgen dat je al die tijd op een goed matras ligt.
Goed staat vaak gelijk aan duur. Maar ‘goedkoop, duurkoop’ is ook iets dat ik ooit hoorde zeggen en dat is blijven hangen. Vooral omdat mijn moeder graag schoenen kocht. “Ik heb toch zulke goedkope schoenen gevonden!” was het dan. Vijf gulden voor een paar schoenen is inderdaad een koopje. Maar niet als ze maar een maand meegaan.
De volgende maand kocht moeders dan weer een paar su-per goedkope schoenen. Zo liep ze het hele jaar op slechte schoenen voor hetzelfde geld dat een paar degelijke schoenen zou hebben gekost.
Maar het is zoveel geld in één keer. Daar heb ik zelf ook best moeite mee. Mijn heerlijke maar dure matras heb ik van een vriendje afgetroggeld; met de pijn in mijn rug en nek had ik het meer nodig dan hem. Het supergoede kussen waar ik nu op slaap, heb ik ooit voor Sinterklaas gekregen van een ander vriendje. Deze vriendjes had ik niet tegelijkertijd, dat even te uwer informatie.
Ik heb liever praktische kadootjes dan leukigheidjes, afgezien van boeken en chocola. Het kussen is extra ondersteunend in de nek en nadat ik het kado had gekregen, had ik na een paar dagen al minder last en pijn in m’n nek.
Het kussen wordt geleidelijk wel wat platter en moet dan worden bijgevuld. Gisteren heb ik voor het eerst een zakje kussenvulling gekocht.
Mijn uitgavenpatroon is veranderd, ik geef nu graag geld uit aan zaken die mijn kwaliteit van leven verhogen, en dat geldt onder meer voor de dertig procent van mijn leven die ik slapend, dromend en lezend in bed doorbreng. Liever één duur ding dan twintig goedkope dingen.
Ook bij de Kringloopwinkel ga ik voor kwaliteit. Dat klinkt misschien gek voor mensen die nooit in een winkel met tweedehands kleding komen, maar ook daar hangen goede kledingstukken in de rekken. Ik heb gelukkig een oog voor kwaliteit. In een winkel vol rotzooi pik ik er zo de waardevolste items tussenuit.
Niet handig als je zo arm bent als een kerkrat, maar zelfs met een beetje meer dan niks geldt: goedkoop is duurkoop. In de Kringloopwinkel heb je meer kans om kwaliteit te vinden dan bijvoorbeeld bij een van mode afhankelijk warenhuis.
Ik noem geen namen, maar het is al meer dan eens gebeurd dat ik daar iets kocht, en dat binnen drie dagen het stiksel uit elkaar viel alsof het van suikerspin was gemaakt. Wat heb je daar nou aan? In een winkel voor tweedehands goederen wordt ook kleding binnengebracht van rijke mensen. Dat is dan al gedragen, maar van veel betere kwaliteit dan de uit elkaar vallende stukken stof die in China door priegelende kindervingertjes in elkaar zijn gezet.
Ik ga voor kwaliteit. Ik heb niet voor niets dat oog, dan zal ik het gebruiken ook. “Omdat ik het WAARD ben!!” Pff! Omdat ik het waard ben.

Voorleesversie

27 maart 2010
By on 21:34
Spiegeltje

Soms is er zoveel om over te schrijven, dat het lastig is om te kiezen. Moet ik het over politiek hebben? Over schokkende gebeurtenissen? Of over de eerste lentebloemetjes die het kopje opsteken boven het zwerfvuil? Ineens waren ze daar, eilandjes van paars, geel en wit langs de paden. Ik draaide m’n hoofd zo ver om dat ik bijna tegen een boom fietste.
De laatste tijd heb ik zoveel nieuws gevolgd, dat ik even was vergeten dat er ook mooie dingen gebeuren, dat er ook mensen zijn die anderen proberen te helpen en inspireren.
Ik zag een documentaire over kinderen in de sloppenwijken van Mumbai in India. Ze kregen zangles. Ze oefenden voor een eenmalig optreden in een prachtig gebouw, waar alleen rijke mensen kwamen, en normaal gesproken kinderen van rijke ouders optraden. Een lerares vroeg aan de kinderen hoe ze tegen rijke mensen aankeken. Een jongetje antwoordde dat ze met maar drie personen in een hele grote kamer hoefden te slapen, zo veel ruimte hadden ze.
Dit jongetje oefende hard, want hij mocht een solo zingen van de dirigent. Hij had grootse dromen. Na de voorstelling zou iemand ervoor zorgen dat hij kon gaan studeren, hij zou veel geld verdienen, zodat zijn vader niet meer zo hard hoefde te werken. Zijn familie rekende op hem, hij was hun enige hoop op een betere toekomst. Ik kreeg het al benauwd toen ik het zag. De ernst waarmee zijn familie erover sprak.
Hij oefende hard, maar het ging slecht. Zijn beste vriendje, die stikte van jaloezie, verzekerde hem dat hij niet goed kon zingen. Het jongetje zou optreden voor duizend mensen en werd steeds zenuwachtiger. Iedere avond schreef hij in een schriftje: “Ik ben niet onzeker. Ik heb zelfvertrouwen. Ik kan alles.”
Bij een bezoekje aan het gebouw waar ze gaan optreden, ziet hij een groep rijke kinderen zingen. Dit maakt hem weer onzeker. Deze kinderen zingen veel beter, dan hij en zijn klasgenootjes uit de sloppenwijken. Hij is ook diep onder de indruk van een meisje in het gezelschap.
Dan geeft de documentaire een kort inkijkje in het leven van dit rijke meisje. In een jurk die eruitziet als een suikertaart zit ze achter de piano, ze laat trots allerlei diploma’s zien en demonstreert verschillende dure hobby’s. Het is moeilijk om haar sympathiek te vinden omdat ze met een enorm verwaande kop de camera inkijkt. Ze gedraagt zich alsof het vanzelf spreekt dat de wereld om haar draait.
Dan komt het jongetje weer in beeld; in een rustig hoekje van de hut zit hij zichzelf moed in te praten met een handspiegel. “Ik ben niet onzeker,“ zegt hij tegen zijn spiegelbeeld, “ik heb zelfvertrouwen.”
Hij doet zo zijn best, dromend van een toekomst waarvan je als kijker weet dat het waarschijnlijk een droom blijft, met de verantwoordelijkheid voor zijn familie als een molensteen om zijn nek. De oprechtheid van de jongen doet pijn aan je ogen en hart.
Het deed me denken aan iets wat de maker van een tv-serie zei over de personages waar hij voor schreef: “Give a character pain and they will become more interesting.”
Het jongetje zingt de sterren van de hemel bij het optreden. Zijn beste vriendje maakt het weer goed met hem, maar de wereld is de volgende dag niets veranderd. En ik denk dat, als hij had kunnen kiezen, het jongetje ook liever zorgeloos achter een piano had gezeten.
Dan maar wat minder interessant.

Voorleesversie

20 maart 2010
By on 19:25
Keuzes

…Ik loop door brede straten met grote witte gebouwen, het is een stad die ik herken. Ik lijk op blote voeten te lopen en weinig bij me te hebben, ik ben gekleed in een loshangende witte blouse en broek en draag een knapzak mee over mijn schouder. De lucht is stralend blauw en huizen, gebouwen, bomen, het gras; alles is helder van kleur.
Via een zijweg bij een frisgroen park kom ik in de smalle hal van een studentenhuis terecht. De hal is betegeld en donker met aan het eind twee deuren in de linkermuur. Met zijn gezicht naar de deuren staat een student een shagje te draaien. Hij ziet er verwend uit, in een witte broek en een duur, zalmkleurig overhemd, met een arrogante blik in zijn ogen als hij naar me kijkt.
Als ik voor hem sta, draait hij zich naar de rechtermuur en geeft een harde trap tegen een puppy. Hij schopt het hondje zo hard, dat het tegen de muur en het plafond smakt en op de grond valt, waarna nog een razende trap volgt.
Even sta ik als een zoutpilaar met m’n mond vol tanden, ik zie het zachte beestje met de oogjes halfdicht, en alles dat verkeerd is aan de wereld schiet als een pijnscheut door me heen.
Dan begin ik te schreeuwen dat hij moet stoppen. Stop! Klootzak! Moet ik jou eens schoppen, zodat je weet hoe het voelt? Zal ik je in je noten trappen? Terwijl ik tegen hem schreeuw, ondanks mijn angst, probeert hij mijn gezicht te raken met de zware schoen aan zijn voet. Hij trapt, ik schreeuw. Later bedenk ik dat zijn schoenen erg veel op mijn eigen schoenen lijken, de schoenen die ik meestal droeg…
Zonder overgang zijn we ineens buiten, in het frisgroene park, in de zon. De jongen zit voor me op het gras en ik veeg een plukje haar uit zijn knappe, donkere gezicht.
“Als jij voor hem zorgt, zijn vacht borstelt en zijn tandjes schoonmaakt, en met hem gaat wandelen, dan kun je geld voor hem vragen. Dan kun je hem verkopen.”
De woorden komen vanzelf. Dit is de juiste manier om hem te benaderen. Ik weet dat de interesse in geld genoeg motivatie is voor de student, die ver van huis is en gefrustreerd. Ik weet ook dat hij om het hondje zal gaan geven, dat er een diepe band tussen de twee zal ontstaan, die hen beiden zal genezen. De jongen is kalm nu en zegt niets, maar ik voel zijn instemming…

Met een schok werd ik wakker en ik moest echt even bijkomen van de afschuwelijke beelden van het hondje dat door de lucht vloog en tegen de muur kwakte. Afschuwelijk. Maar toen ik wat langer wakker was, kon ik het geen nachtmerrie meer noemen. Hier waren twee verschillende manieren van omgaan met de wereld om ons heen, glashelder samengevat in één droom.
Er is geen vaste gebruiksaanwijzing, iedere situatie is anders en ieder mens reageert anders op een situatie. Iedere handeling heeft gevolgen. Hard tegen hard, agressie tegen agressie, straf, uitsluiting, afsplitsing. Of een andere manier.
Een manier waarbij iedereen erop vooruit gaat – iedereen wordt betrokken, iedereen is van belang. Een manier waarbij men reageert vanuit het hart en de welwillendheid om de beste oplossing te zoeken voor iedere betrokkene. Defensief of creatief.
Het was een brute droom, maar ook een keuzemenu. Het kan anders.
Ik weet waar ik voor kies.

Voorleesversie

6 maart 2010
By on 11:48
Zomaar een vrijdagavond

Vrijdagavond. Kopje thee, warme sjaal, rustig muziekje aan en een stukje pure chocola smeltend op m’n tong. De kamer ziet er gezellig uit, met zacht licht uit verschillende bronnen en een nieuwe groene hoek, alle planten bij elkaar. De oerwoudlook.
Ik heb flink moeten schuiven met kasten en ander zwaar geschut, maar het voelt heel prettig zo. Er is meer ruimte om te ademen.
Het vooruitzicht van LOST later op de avond voegt nog wat voorpret aan het geheel toe. Op tafel wordt de thee warmgehouden door een waxinelichtje, de dvd-speler staat klaar op een aflevering van Angel, de spin-off van Buffy the Vampire Slayer. Het heeft geregend en de meeste sneeuw is weg.
De gordijnen zijn dicht, zodat ik het niet hoef te zien mocht de sneeuw alweer zijn gevallen. Het is niet erg warm hier, maar al met al voel ik me tevreden, nu, op dit moment.
Deze week ben ik na lange tijd weer op bezoek geweest bij mijn lieve vriendinnetje Ruth. Voor mij is het een vanzelfsprekend gevolg dat de sneeuw is gesmolten. Ik smelt ook altijd.
Ze gaat verhuizen naar Amsterdam, samenwonen met een enorme geluksvogel.
“Ik vind het leven prachtig,” zei ze. Van haar neem ik het aan, ik kan me voorstellen dat het leven prachtig kan zijn. Als zij het zegt. Het is niet mijn ervaring dat het leven prachtig is, integendeel, maar ik heb gelukkig genoeg inlevingsvermogen om het me te kunnen voorstellen. En ik heb Ruth om me daar af en toe aan te herinneren.
Ruth heeft me nog nooit een slecht gevoel over mezelf gegeven. Ze staat altijd klaar om me op mijn kwaliteiten te wijzen, te onderstrepen wat ik goed kan maar vooral dat ik goed ben zoals ik ben.
Dat is best bijzonder, want ik heb geleerd dat er veel meer mensen zijn die anderen graag op hun tekortkomingen wijzen. Dat is minder bedreigend.
Zo hoeven ze zelf niet zo hun best te doen. Anderen neerhalen is tenslotte minder hard werk dan boven jezelf uitstijgen.
Er zijn genoeg mensen om je precies te vertellen waar je niet goed in bent en wat beter kan of moet. En dan zijn er die verfrissende mensen die je het gevoel geven dat je precies goed bent zoals je bent. Dat geeft inspiratie, ontspanning en ruimte. En juist in die ruimte kunnen mensen boven zichzelf uitstijgen.
Ik begin ook minder streng te zijn voor mezelf en mezelf niet steeds lastig te vallen met vervelende karweitjes; de ervaring leert dat wanneer de tijd rijp is, ik vanzelf in actie kom. Sneller en efficiënter dan onder dwang. Als ik daarop vertrouw, scheelt dat een hoop tegen de dingen aan hikken. Vreemde uitdrukking trouwens, ergens tegenaan hikken. Kun je ook ergens tegenaan boeren, of niezen?
Maar goed. Ik geef mezelf tegenwoordig wat meer de ruimte. En zo begon ik vandaag ook ineens met zware voorwerpen te schuiven en te sjouwen. M’n woonkamer krijgt een andere indeling, m’n schuur ziet er opgeruimder uit – er zit meer lucht in, er is meer ruimte om te ademen.
Niet meer hikken, maar gewoon blijven ademen; met een kopje thee en een muziekje, en de wetenschap dat ik een bijzondere vriendin heb, die in me gelooft. Ik vind het leven niet prachtig, maar zo af en toe… is het best aangenaam. Prettig weekend.***

Voorleesversie

20 februari 2010
By on 22:53